Reclame verpakt in onderwijs? Shells ‘duurzame’ techniek­educatie

Bij duizenden leerlingen profileerde Royal Dutch Shell zich de afgelopen jaren met ‘duurzame’ techniekeducatie. Een fossiele brandstoffenreus, die groene technieklessen aanbiedt over het klimaat, duurzaamheid en de energietransitie? Misleidende reclame, oordelen tegenstanders, maar OCW vindt toezicht onnodig. In het onderwijs klinkt de roep om écht duurzame ontwikkeling intussen steeds harder.

De hittecrisis, de watersnood van deze zomer en het recent verschenen IPCC-rapport hebben klimaateducatie opnieuw in de schijnwerpers gezet. Maar het speelt natuurlijk al langer. In maart nog pleitte een coalitie van onder andere Youth For Climate NL en Fridays For Future voor meer structurele, integrale aandacht voor klimaateducatie en duurzame ontwikkeling. Klimaat in de Klas kwam met eenzelfde manifest, mét daarin de eis dat de fossiele industrie uit het onderwijs vertrekt. Maar een overheid die bedrijven de klas uit bonjourt? Zover is het nog lang niet.

Want zelfs toezicht houden op wat bedrijven in het onderwijs doen, is al een ‘ondoenlijke exercitie’, volgens demissionair minister Arie Slob. De Partij voor de Dieren had hem om strengere controle op de grote bedrijven gevraagd: die zouden in het onderwijs namelijk reclame maken voor de eigen industrie en zo ‘schadelijke denkbeelden’ onder de jeugd verspreiden. Maar lespakketten controleren, of bedrijven uit het onderwijs weren? Geen taken voor de Onderwijsinspectie, oordeelde OCW. Het zou bovendien de onderwijsvrijheid in gevaar brengen.

Die terughoudendheid van OCW wekt ergernis, al jaren. Tegenstanders zien bedrijven garen spinnen bij de vrije spelregels in het onderwijs. Reclame Fossielvrij en de Partij voor de Dieren blijven erop hameren dat de minister scholen in bescherming moet nemen. Steeds vaker zien ze lesmateriaal opduiken dat riekt naar reclame en soms ronduit leugenachtige informatie bevat. De boosdoener die ze het vaakst noemen: Royal Dutch Shell.

Want Shells speelse en gelikte technieklessen, over duurzaamheid, groene innovatie en het belang van ‘de wereld van morgen’? Misleidende greenwashing, vinden deze tegenstanders: mooi weer spelen, terwijl het bedrijf zelf een van de grootste vervuilers is. Volgens Greenpeace en Milieudefensie zijn dertig bedrijven waaronder Shell verantwoordelijk voor 40% van de wereldwijde CO2-uitstoot.

Gifgroene boodschap

Voor Frank Wassenberg, Tweede Kamerlid voor de Partij voor de Dieren, staat dan ook buiten kijf dat Shells invloed in het onderwijs aan banden moet. ‘Absoluut.Shell schetst bij leerlingen een eenzijdig beeld van zijn groene activiteiten, zonder ze te vertellen dat er een gitzwarte teint aan zijn eigen industrie kleeft. Dat is ronduit misleidend.’ Dat de regering niet ingrijpt, noemt hij laakbaar. ‘Slob laat Shell reclame maken voor een boodschap die niet klopt. Het onderwijs kan daar niet de plek voor zijn.’ Het sponsorconvenant dat OCW verspreidt en de onlangs toegevoegde checklist voor samenwerking tussen bedrijven en scholen (zie onderstaand kader), vindt Wassenberg absoluut onvoldoende.

Wat Slob wél doet: sponsorcontract
Nederland was er vroeg bij, zou je zeggen. Al voordat Naomi Klein in het baanbrekende boek No Logo (1999) aandacht vroeg voor de groeiende marketing van multinationals gericht op de beïnvloeding van jongeren, sloot OCW in 1997 een sponsorconvenant af met MKB en VNO-NCW. Het is sindsdien een aantal keren vernieuwd. In 2020 liet minister Slob een checklist toevoegen. Scholen kunnen aan de hand daarvan beoordelen of ze te veel meegaan in de wensen van een bedrijf. Maar het convenant beschermt maar matig, stellen critici. Betrokkenheid van de medezeggenschapsraden bij afspraken met bedrijven (ook als het gaat om gebruik van lesmateriaal bijvoorbeeld), volgens het convenant noodzakelijk, is er vaak niet. ‘Scholen kampen bovendien met heel andere zorgen,’ weet Tweede Kamerlid Wassenberg (Partij voor de Dieren). ‘De verhalen die ik hoor, zijn steevast dezelfde: we hebben te weinig structurele middelen, de klassen zijn te groot, onze leraren overbelast. Bedrijven als Shell spelen daarop in, met gratis lespakketten die ontlasten. Van het convenant zijn leraren vaak niet op de hoogte.’

De feiten spreken voor Wassenberg. Wie het nieuws volgt, weet dat Shell pas nog door de rechter werd gemaand om zijn CO2-uitstoot sneller omlaag te brengen. De fossiele gigant stopt niet meer dan 2% van zijn uitgaven in de energietransitie waar het bij leerlingen zo te koop mee loopt. Eind vorig jaar won Milieudefensie een al jarenlang slepende rechtszaak over grootschalige milieuvernietiging door Shell in de Nigerdelta. Shell ligt dus onder vuur; reden te meer om veel geld te besteden aan reclame, marketing en branding. En dat zie je terug in het onderwijs, waar Shells groene boodschap inmiddels, met name onder het mom van ‘technische educatie’, behoorlijk ver reikt.

Hoe ver?

Als initiatiefnemer van het Jongeren en Techniek Netwerk (Jet-Net) partnert Shell met 32 middelbare scholen in Nederland, om lespakketten aan te bieden over de energietransitie en dito gastlessen te organiseren. In samenwerking met NEMO ontwikkelde Shell de lesmethode ‘Maakkunde’ (2019) die groep 1 t/m 8 alvast ‘21ste eeuwse vaardigheden’ aanmeet. Shell neemt leerlingen verder mee op excursie naar zijn laboratoria.

Bij lespakketten en schoolreisjes blijft het niet. Voor de oudsten op de basisschool is er bijvoorbeeld een landelijke scholenwedstrijd: de Bright Ideas Challenge. In 2020 deden liefst 37.000 leerlingen mee aan dit speelse wedstrijdje oplossingen verzinnen voor het duurzaamheidsvraagstuk. ‘We moeten anders wonen, anders produceren en anders transporteren,’ maakt Shell de uitvinders in spe bewust, bedenk dus gauw je ‘wereldverbeterende, knotsgekke ideeën’. Slimmigheid vraagt Shell ook van studenten: de Shell Eco-Marathon daagt hen uit een voertuig te ontwerpen dat zo ver mogelijk rijdt op 1 liter brandstof.

En dan is er nog Shells jaarlijkse kinderfestival, Generation Discover, bedoeld voor de bovenbouw van de basisschool. Een vijfdaagse aan ‘onvergetelijke ervaringen’ op het gebied van wetenschap en techniek: een reuzenrad draaiend op groene stroom, foodtrucks die biologische poffertjes verkopen, cappuccinomelk die wordt opgeschuimd met zonne-energie. Kinderen leren er hoe je dansend energie op kunt wekken, ze mogen energiepuzzels oplossen en duurzame uitvindingen in elkaar knutselen. De laatste editie, voor corona, trok zeker 13.000 leerlingen. Na afloop geven werknemers van Shell les op deelnemende scholen over het belang van plastic scheiden en voedselafval en krijgen leerlingen een bijpassend cadeautje (een autootje dat op zout water rijdt).

Toezicht? Verbod?

Techniekonderwijs dus als vehikel voor een groene boodschap. Shell zelf geeft steevast aan de commotie daarover niet zo goed te begrijpen. De gastlessen en festivals dragen toch bij aan de doelstellingen van de overheid om techniek te promoten (zie kader ‘Shells verweer’)? Dat ze niet helemaal stroken met Shells activiteiten in de ‘echte wereld’, vindt ook minister Slob ‘onwenselijk’, maar nog geen grond om de multinational uit het onderwijs te weren. Techniekpromotie weegt in dit geval zwaarder dan het volledige verhaal, onderwijsvrijheid zwaarder dan de echt duurzame boodschap.

Shells verweer
Shell stelt steevast: ‘technici hebben de toekomst’. Shell heeft het dan wel veel over de energietransitie, belangrijkste doel van Generation Discover is volgens het bedrijf om scholieren enthousiast te maken voor techniek. Shell sluit daarmee naadloos aan bij de missie van het Techniekpact 2020, waarmee overheid, onderwijsinstanties en tal van bedrijven waaronder Shell proberen de interesse voor techniek aan te wakkeren. Immers, de Nederlandse arbeidsmarkt zoekt maar liefst 30.000 extra technici per jaar. ‘Technisch talent is wat we de komende jaren extra hard nodig zullen hebben voor de energietransitie,’ zei Shell-manager Anne Schreuder eerder al in Didactief.

Kwalijk, vindt Femke Sleegers. Net als de partij van Tweede Kamerlid Wassenberg eist zij met de beweging Reclame Fossielvrij een verbod op alle fossiele reclame, in het onderwijs en elders. ‘In Amsterdam is dat al gelukt, nu nog in de rest van Nederland.’ Reden voor zo’n soort Tabakswet voor fossiele bedrijven is de greenwashing, des te meer nog dat ze leerlingen boodschappen verkopen die de bedrijven zelf beter uitkomen, lees: leugenachtige informatie over het klimaatvraagstuk. In lesboeken promootte Shell CO2-opslag, CO2-handel en aardgas als ‘oplossingen’, op Generation Discover 2018 zette ze Gas-to-Liquid in de etalage. Sleegers bracht dit soort reclameachtige boodschappen vijf jaar lang in kaart met de voorloper van Reclame Fossielvrij, Fossielvrij Onderwijs.

Bizar vindt ze het dat Slob bedrijven de klas in laat komen, zónder daar toezicht op te houden. ‘De naïviteit is shocking: bedrijven met een overduidelijk economisch belang loslaten tussen kinderen.’ Minister Slob noemde toezichthouden een ondoenlijke missie. ‘Dan doet hij er goed aan om dat bedrijfsleven meer uit het onderwijs te houden’, vindt Sleegers. Wassenberg ziet overigens ook een bredere trend. ‘De sportvisserij die leerzame sportvislessen komt geven, de vleesindustrie die met Pig Story een positief verhaal over zichzelf ophangt. Geen woord over dierenwelzijn.’

Duurzaamheid: een gat op school

Toezicht, verbieden, gedogen: hoe kijkt een onderwijsdeskundige naar deze discussie? Gerben de Vries, bij Duurzame PABO al jaren bezig met duurzaamheidsvraagstukken in het onderwijs, is genuanceerd. Aanvankelijk vond ook hij Shells activiteiten ‘volstrekt laakbaar’, bij nader inzien noemt hij de ‘bewustwording’ die Shell toont een klein lichtpuntje.

‘Waar we wel moeite mee hebben, is dat derden, en dan vooral commerciële organisaties als Shell, zich bezighouden met de invulling van het onderwijs, en daar invloed op gaan uitoefenen,’ aldus De Vries. ‘Bij Shell ontkom je namelijk niet aan de zweem van reclame, PR en greenwashing bij hun onderwijsactiviteiten. Het is onherroepelijk een vorm van sluikreclame.’

Maar Shell cum suis aan banden leggen, neemt de behoefte in het onderwijs niet weg, ziet ook de Vries. Duurzaamheid, klimaatverandering, de energietransitie, het zijn nu net deze onderwerpen die veel scholen, leraren én leerlingen interessant vinden, maar waar ze weinig van weten én weinig tijd voor hebben. ‘Als er al iets gebeurt op dit gebied, is dat vaak sterk afhankelijk van één of twee leerkrachten,’ zegt De Vries. ‘Gaan die weg, dan verdwijnt ook de aandacht voor duurzaamheid.’ Hoe sterk duurzaamheid leeft, varieert dan ook per school. Duurzame ontwikkeling staat wel in de kerndoelen (zie onderstaand kader) beschreven, maar scholen weten volgens hem nog te vaak niet hoe ze eraan moeten voldoen. En dan maken ze maar wat graag gebruik van gratis, extra-curriculair lesmateriaal van, bijvoorbeeld, Shell.

Wat dan wel?

Duurzame ontwikkeling, klimaateducatie: zoals gezegd laten ze zich niet zo makkelijk kaderen als vak. Het is ecologisch, sociaaleconomisch, interdisciplinair: bij welk specifiek vakgebied hoort het dan? Een docent met theoretische kennis alleen is bovendien niet genoeg, benadrukten onderzoekers die een cursus ‘learning to teach climate change’ ontwierpen. Klimaatverandering is namelijk een ‘complex’ probleem. Wil je leerlingen echt leren dealen met zo’n probleem, dan moeten ze leren samenwerken en in kaart brengen wat de eigenlijke belangen en gevolgen zijn, in plaats van alleen te begrijpen wat het albedo effect inhoudt. En dat proces kost weer tijd, tijd die nu aan andere vakken opgaat.

Duurzame ontwikkeling moet hoe dan ook hoger op de educatieve agenda, vinden De Vries, Sleegers en Wassenberg. Die laatste roept de overheid op erin te investeren, al is het maar om niet afhankelijk te zijn van ‘grote jongens’ als Shell. ‘Dan blijf je als Kamer achter de feiten aanhobbelen. De kinderen die nu op de basisschool zitten, worden rechtstreeks met klimaatverandering geconfronteerd. Juist daarom is het belangrijk om onafhankelijke aandacht te geven aan dit onderwerp.’ Wie met zijn leerlingen naar het Jeugdjournaal heeft gekeken de afgelopen weken, zal dat kunnen beamen. De vraag is dan ook wat er straks daadwerkelijk in het nieuwe regeerakkoord komt te staan: investeren of niet?

Hoe dan ook, first things first: welke klas had dit jaar het meest bright idea?

Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO), en verscheen eerder op 18 augustus 2021 bij Didactief. Meer Didactief-artikelen lezen? Een online abonnement kost €24,50: tien edities per jaar en toegang tot het online archief vanaf 2003.