Chris las de boeken ‘Only Planet’ en ‘Klimaatkampioen’ van Tim van Hattum en mailde met hem.
Voor de auteur lijkt de belangrijkste aanleiding voor het boek ‘Only Planet’ te liggen in een les die hij gaf over klimaatverandering aan een groep 6 met tienjarigen. Hij schrijft: ‘Toen ik de klas rondkeek zag ik dat sommige kinderen me met grote angstige ogen aankeken. Eén jongetje begon bijna te huilen. Op dat moment ervoer ik het verlammende effect dat al die doembeelden, die wetenschappers en de media verspreiden, op ons hebben …… In dat klaslokaal is bij mij toen het zaadje geplant voor dit hoopvolle boek over de toekomst van onze planeet en die van de toekomstige generaties’.
Wie is Tim van Hattum?
Ir. Tim van Hattum, programmaleider Green Climate Solutions aan Wageningen University & Research, heeft een eredoctoraat aan de Open Universiteit ontvangen in 2025, vanwege zijn uitzonderlijke inzet als klimaatonderzoeker en bevlogen pleitbezorger van structurele klimaatoplossingen met de natuur zelf in de hoofdrol. Van Hattum weet wetenschappelijke inzichten te vertalen naar realistische toekomstbeelden die zowel beleidsmakers als burgers inspireren (bron).
De auteur heeft zijn ervaring met die groep 6 omgezet in een ‘inhoudelijk’ boek over de urgentie van het ecosysteem/biodiversiteits- en klimaatvraagstuk. Zo wijdt hij een hoofdstuk aan oorzaken van klimaatverandering en de huidige stand van zaken op deze planeet. Hij schroomt daarbij niet het ontstaan van kolonialisme, de industriële revolutie, het ongebreidelde, anti-sociale kapitalisme en het op doorgaande groei gerichte neoliberalisme van nu als belangrijke oorzaken aan te wijzen. Vervolgens wordt een hoofdstuk gewijd aan de klimaatfeiten van deze tijd. Daaruit spreekt voor hem vooral het volgende:
- Oorzaken (vooral door het rijke deel van de wereld) en gevolgen (vooral voor het arme deel) zijn grotendeels gescheiden.
- De oplossingen zijn bekend.
- Herstel van de ecosystemen (eigenlijk van een groot deel van de biosfeer) – naast grootscheepse vermindering van de uitstoot van broeikasgassen – staat centraal.
- Nu investeren levert op den duur alleen maar maatschappelijke en economische voordelen op.
De hoofdstukken daarop wijdt hij geheel aan een aantal ‘routes’ die een ‘hoopvolle toekomst’ mogelijk moeten maken. Ze geven breed inzicht in hetgeen nu al plaatsvindt en wat er volgens de auteur, op hoofdlijnen, zou moeten gebeuren. Met enige herschikking zou men de hoofdonderwerpen als volgt kunnen indelen: natuur/groen (inclusief de stad), water, landbouw, industrie, economie, energie, vervoer en welzijn (in brede betekenis). Op al deze gebieden laat de auteur zien waarom ze van belang zijn, wat er al gebeurt en waar voor hem de handelingsprioriteiten liggen.
Het boek eindigt met een visie op ‘vijf leidende principes voor onze toekomst’. Dan volgt een kaart hoe Nederland er qua natuur en water in 2120 zou kunnen uitzien. Die kaart heeft volgens zijn zeggen velen geïnspireerd maar lijkt slechts één aspect van de oplossingsrichtingen die hijzelf formuleert: de ruimtelijk-ecologische vormgeving voor een duurzamer Nederland. Want hij schrijft me: ‘Het doel van dit boek was de urgentie te schetsen van de klimaat- en biodiversiteitscrisis, een overzicht te geven van oplossingsrichtingen en daarbij uit te leggen waarom er veel meer nodig is dan alleen de energietransitie, uit te leggen waarom de natuur de belangrijkste klimaatoplossing is én het belang te schetsen van een hoopvol toekomstperspectief met NL2120 als voorbeeld dat al velen geïnspireerd heeft’.
De mondiale – of, liever gezegd, de planetaire – gevolgen van ‘handelend’ Nederland komen daarmee niet duidelijk, te impliciet, aan de orde.
Wat we aan dit boek kunnen hebben
Dit boek laat goed zien wat er in diverse maatschappelijke sectoren zou moeten gebeuren om Nederland volgens het concept van ‘Brede Welvaart’ duurzamer te maken. Het is zinvol dat al die aspecten op een rij zijn gezet. Maar de auteur graaft daarbij niet erg diep en dat is ook zijn bedoeling niet: hij wil vooral de urgentie laten zien. Daarom komt hij ook niet ‘aan de mens zelf’, hij formuleert in ‘materiële zin’ wat er zou moeten gebeuren.
Voor de lezer die zich afvraagt: “Dit wetende, wat moeten en kunnen we dan in concreto doen?”, is misschien een artikel van socioloog Kees Schuyt zinvol om te lezen (zie onderaan dit artikel).
Daarbij kom je nu hoogstwaarschijnlijk de Sustainable Development Goals (SDG’s) tegen, die de auteur terloops noemt. De achtereenvolgende SDG-rapportages wijzen ons nadrukkelijk op het in alle maatschappelijk sectoren meenemen van mondiale implicaties van ons handelen, om het daar gehanteerde begrip ‘Brede Welvaart’ handen en voeten te geven. In zijn uitwerking van het ‘hoe dan’ neemt de auteur dat slechts mondjesmaat mee.
Deze benadering leidt voor de lezer zonder meer tot reflectie op onder andere het eigen mens- en wereldbeeld. Die vormen immers het fundament voor denken en handelen van eenieder. Met dit fundament kom je op vragen die gaan over de planetaire gevolgen van ons ‘duurzame’ handelen (ecologische en sociale rechtvaardigheid in ruimte en tijd, accepteren van een ‘aardegemeenschap’ die uitgaat van samenleven met alles wat ‘meer-dan-de-mens’ is). Ontwikkelingssamenwerking, humane vluchtelingenhulp, eerlijke internationale mijnbouw en handel en niet-discriminerende baantoegankelijkheid zijn daarin misschien wat onverwachte maar zinvolle, indicatoren voor een eerste stap.
Opvallend is de beperkte aandacht voor omgang met de immense (internationale) krachten tegen de ontwikkeling die ik duurzaamheid 2.0 noem (‘planetaire, sociaal-ecologische rechtvaardigheid’). Náást dus wat de auteur allemaal aan positieve ontwikkelingen aangeeft. Je hoeft maar alleen al in Nederland goed te kijken om die krachten te ontdekken: politieke wankeuzen, ontkenning of minstens verwaarlozing van ecologisch kwaliteitsbeleid, het ‘grote’ bedrijfsleven dat voornamelijk de oude, economische productiviteits- en groeiparadigma’s blijft volgen, maatschappelijke protesten over de uitvoering van internationale humanitaire verdragen, enz. Veel huidige internationale activiteiten hebben een nog veel grotere invloed op de onevenwichtigheid in de wereld, ook vanuit duurzaamheid 2.0 gezien. Ze zijn, in het hoofdstuk over hetgeen er moet gebeuren, niet zo sprekend aanwezig. Een kritische noot had niet misstaan om de tekst uit, nu toch wat, naïeve sfeer te halen.
Activering
Om zijn denken nog toegankelijker te maken heeft de auteur een tweede, veel kleiner boekje geschreven; dat als titel ‘Klimaatkampioen. Van (wan)hoop naar actie’ heeft. Dat boekje is, in iets andere bewoordingen, meer een populaire variant op ‘Only Planet’, wel in meer activerende vorm. Het is voor Nederland als geheel bedoeld – om inderdaad ‘klimaatkampioen’ te worden. Geschreven in gemakkelijke, goed leesbare taal.
De auteur schreef me erover: ‘Veel mensen lezen geen dikke non-fictie boeken dus vandaar dit dunne boekje dat ook weer veel mensen heeft geïnspireerd’. Zijn belangrijkste aanbevelingen voor concrete acties zijn:
- ‘Ontwikkel een breed gedragen langetermijnvisie voor een periode van honderd jaar.
- Vertaal de visie naar transitiepaden en langetermijnbeleid.
- Investeer in kennis, innovatie een onderwijs.
- Stimuleer samenwerkingsverbanden en creëer experimenteerruimte.
- Investeer in op feiten gebaseerde storytelling’.
Bruikbaar in het onderwijs?
Hoewel het er niet voor is geschreven, is dit boek zowel in primair als vooral in voortgezet onderwijs goed bruikbaar. In het bijzonder als een achtergronddocument voor kennisvergroting, dialoog en debat: overzichtelijk, met thematische indeling waarin vooral ‘wat-vragen’ centraal staan. Leraren die vaardig zijn om vanuit zulke ‘inhoudelijke’ thematiek concrete lessen te maken, zullen dit boek waarschijnlijk handig en nuttig vinden.
In het laatste hoofdstuk (13) komt de vraag: hoe gaan we dat dan allemaal doen? Voor Van Hattum, volgens eigen schrijven, klimaat en biodiversiteit in het onderwijs heel belangrijke thema’s: ‘Ieder kind zou natuuronderwijs moeten krijgen’. Maar met alléén natuuronderwijs kom je er niet om deze complexe klimaatvraagstukken te bespreken. Dit zijn nu juist ‘domein overschrijdende’ thema’s waarin ook sociale, (geo)politieke en economische aspecten een nadrukkelijke rol spelen. Klimaat bepaalt immers mede de leefbaarheid van het milieu (in ecologische zin) voor de mens.
Op zichzelf hoeft dat geen probleem te zijn, als die korte tekst dan ook maar een aantal duidelijke, structurerende aanwijzingen geeft over wat het onderwijs dan zou moeten doen. Die beperkt zich nu tot een paar algemeenheden die niet veel toevoegen aan de huidige kennis én praktijk op dit gebied. Zeker omdat de auteur stelt dat onderwijs ‘…. de motor van de social tipping points’ is had daaraan wel wat meer aandacht kunnen worden besteed. In dat geval – omdat hij me schreef dat onderwijs zijn vakgebied niet is – had hij hiervoor een mede-auteur kunnen uitnodigen.
Algemene conclusies
De toonzetting in het hele boek is positief, wat, gezien de genoemde aanleiding voor de auteur, begrijpelijk is. Verder zijn de teksten zo gekozen dat ze, bij goede didactische vormgeving van lessen, de leerlingen tot nadenken en (zelf)reflectie kunnen aanzetten. En dus tot hun leerproces waar het uiteindelijk in het onderwijs allemaal om draait.
Ik kom tot de conclusie dat dit boek een aantal sectorale duurzaamheidsvraagstukken van dit moment goed beschrijft. Echter, aan vragen als: ‘Wat is mijn analyse van de achtergrond per aangeboden route? komt hij in beperkte mate toe.
Hoewel de auteur daarvoor bewust niet heeft gekozen, is het jammer dat de meer procesmatige aanpak voor het ‘Umdenken’ dat bij mensen individueel, sociaal en institutioneel nodig is om de erbij behorende doelen te bereiken, weinig geprononceerd aan de orde komt. Een ‘goede’ gids laat ruimte aan de lezers om eigen interpretaties van het gebodene te maken, maar hier laat de auteur dat volgens mijn inzicht wel erg open. Een aantal reflectievragen op het eind van ieder hoofdstuk had dat kunnen verhelpen.
Boek
Hattum, Tim van, 2024. Only Planet. Klimaatgids voor de 21ste eeuw. Vierde dr., Bertram + de Leeuw Uitgevers, Haarlem.
Hattum, Tim van, 2025. Klimaatkampioen. Van (wan)hoop naar actie. Bertram + de Leeuw Uitgevers, Haarlem.
Recensent
Verder lezen
Oorzaken van klimaatverandering worden ook beschreven door Shivant Jhagroe in ‘Voorbij duurzaamheid’ (en die daar nog dieper op ingaat, met vooral aandacht voor de mondiaal-ethische aspecten).
Wie nog verder in deze materie wil duiken: ‘Duurzame ontwikkeling; een inleiding’ van Bram Wondergem en/of ‘Basisboek Duurzame Ontwikkeling’ van Niko Roorda.
Cees Schuyt zei in 1992: ‘Het maatschappelijk gedrag van mensen komt tot stand door verschillende soorten invloeden, die zich tot elkaar verhouden als lagen die ten grondslag liggen aan dit gedrag. Elke maatschappelijke institutie bestaat uit verschillende lagen, waarvan ik er nu drie wil benoemen: (a) normen en regels; (b) institutionele arrangementen; (c) culturele voorstellingen en geloofssystemen ……..
Overeenkomstig deze drie lagen zie ik drie manieren om gedrag te veranderen . …… De eerste weg is nog volop mechanisch en opgenomen in de premissen van het mechanistisch wereldbeeld. De tweede weg is meer technisch: het verstandig en creatief met kennis van en inzicht in regelmatigheden van gedag ontwerpen van sociale systemen en arrangementen. De derde weg is meer organisch: de samenleving groeit langzamerhand in een bepaalde, niet te plannen of van tevoren te kennen richting. Ten behoeve van het milieubehoud is de derde weg noodzakelijk, maar wellicht te lang. Vandaar dat gestreefd moet worden naar een verstandige combinatie van de drie door mij in deze bijdrage kort aangestipte wegen’. Schuyt, C.J.M., 1992. Drie manieren om gedrag te veranderen. Milieu (1992)2.

