Hoe word ik een toekomstbestendige leerkracht?

Mara van Dijk en Loes van ‘t Hoff
Hogeschool Leiden, Faculteit Educatie

Op 26 oktober 2023 gaf demissionair minister Piet Adema (LNV) in een kamerbrief kennis van de stand van zaken van duurzaamheid in het onderwijs. De brief liegt er niet om: het bijbehorende onderzoek concludeert dat er sinds 2015 weinig groei te bemerken is in de verankering van duurzaamheid in het onderwijs, en dat er veel behoefte is aan concrete handvatten om de staat van het klimaat te integreren. Het lectoraat ‘Natuur & Ontwikkeling Kind’ van Hogeschool Leiden, voortbouwend op jaren van onderzoek, ontwikkelde voor zowel studenten als leerkrachten een scholing die aan deze behoefte tegemoet komt. Als onderzoeksgroep werkten ze samen aan een nieuwe werkwijze voor (aanstormende) leerkrachten die duurzaamheid een grotere rol willen geven in hun onderwijs: OnderwijsBuiten.

Hoe werkt OnderwijsBuiten?

OnderwijsBuiten is er voor zowel studenten, in de vorm van een minor aan Hogeschool Leiden, als voor leerkrachten, in de vorm van een leergang. Twee pijlers staan in de scholingen centraal: ‘Buitenbekwaam’ worden en ‘OnderwijsBuitenbekwaam’ worden. In deze pijlers zit het ontwikkelen van kennis, vaardigheden en het ontdekken van een persoonlijke wederkerige relatie met de natuur besloten.

De pijler Buitenbekwaam nodigt je uit om basiskennis op te doen over de natuur, maar is daarnaast met name gericht op het vertrouwder raken met het buitenzijn. Je leert wat de natuur jou geeft en wat er allemaal te doen en te zien is. Je oefent bijvoorbeeld met vuur maken, eetbare planten herkennen en beter leren waarnemen. Je huidige kennis over de natuur dient als uitgangspunt, en elke les wordt dat verder uitgebouwd. Het begint bij samen in het groen vertragen, de zintuigen openstellen, en ruimte maken om je te verwonderen en nieuwsgierig te worden. Wat betekent de natuur eigenlijk voor mij, en wat beteken ik voor de natuur? Die kennis en ervaringen neem je vervolgens mee de klas in.

Daarnaast oefen je met OnderwijsBuitenbekwaam worden; het geven van onderwijs in en met natuur. Studenten en leerkrachten ontwikkelen zich gaandeweg in het loslaten of bewerken van de lesmethodes, zo blijkt uit ervaringen. Met je rekenboek naar buiten gaan om daar rijtjes breuken te laten maken is niet waar het om draait bij OnderwijsBuiten. Je kunt de methode wel benutten door de lesdoelen als uitgangspunt te nemen voor een zelfontworpen buitenles. Natuur leent zich namelijk goed om wiskundige inzichten te verkrijgen. Zoals breuken, die je, zo blijkt, een stuk makkelijker buiten uitgelegd krijgt. Want de ‘binnenzin’: “een breuk is een deel van een geheel”, is wel heel abstract. Buiten, daarentegen, is alles deel van een geheel. Zoals wanneer vier van de vijf bomen een witte schors hebben, drie van de acht eenden in het water op hun nest zitten, en op twee van de vijf tegels een mier loopt. Door kinderen bijvoorbeeld hier foto’s van te laten maken, richt je hun aandacht op breuken die je overal tegen kunt komen. Ook kun je binnen een nieuw begrip introduceren, en dat samen buiten toepassen, zoals deze leerkracht illustreert: “Ik had het in de klas over verschillende patronen gehad. Toen zijn we samen de polder ingegaan, om daar naar patronen te zoeken. Ze zagen patronen in de tegels, in de tuinen, de bloemen… kinderen zien veel meer dan wij.”

Door stap voor stap vaker dit soort buitenlessen te geven, die heel simpel kunnen beginnen, leer je om je ‘binnenlessen’ in de natuur terug te vinden. Hoewel in deze voorbeelden nog steeds de lesmethode als startpunt wordt genomen (‘hoe kan ik de doelen van de lesmethode ook buiten bereiken?’), is een belangrijke volgende stap in OnderwijsBuiten om samen met kinderen buiten te zijn, om daar leeractiviteiten te herkennen en ruimte te maken voor de ontwikkeling die ter plekke ontstaat. Buiten leren kinderen ‘helemaal’, op holistische wijze, niet per vakgebied. Zo kan een spellingsles buiten ook rekenen, schrijven, lezen, samenwerken, biologie, duurzaamheid en geschiedenis bevatten.

Dat gaat bijvoorbeeld zo: een leerkracht uit de leergang OnderwijsBuiten had als uitgangspunt om een spellingsles te verzorgen. Kinderen kregen woorden die een bepaalde textuur uitdrukten en tegelijkertijd bij een spellingscategorie hoorden, zoals nat, zacht, hard, et cetera. Kinderen mochten buiten op het groene plein in duo’s op zoek naar voorwerpen die bij de woorden hoorden. Er werd verzameld, getekend en geschreven. In het nagesprek kwamen niet alleen de spellingscategorieën aan bod maar werd er ook goed gekeken naar wat er was gevonden. Van welke vogel is deze zachte veer? Er was een autolampje gevonden, dat was hard. Er ontstond een gesprek over het zuinig omgaan met het plein, schoonmaken en opruimen. Maar ook over techniek, want hoe werkt deze lamp eigenlijk? Na afloop was de leerkracht verrast over de enorme leeropbrengst, er waren naast de lesdoelen voor spelling ook allerlei aanbodsdoelen van andere leerlijnen behandeld. Kortom, buiten is een hoop bijvangst te behalen en het is de kunst van OnderwijsBuiten om deze ook te zien en te pakken.

Waarom OnderwijsBuiten?

De bedoeling achter OnderwijsBuiten is helder: hoe meer onderwijs er buiten wordt gegeven, hoe meer kinderen en jongeren zich verbonden kunnen gaan voelen met hun omgeving, hoe meer zorg ze voor de natuur willen dragen als volwassenen. In deze tijd kunnen we niet meer om de collectieve noodzaak van een duurzamere levensstijl heen, en voor leerkrachten is het een goed begin om niet alleen het schoolgebouw, maar de gehele aarde als je klaslokaal te beschouwen.

De buitenruimte niet als decor, maar als leer- en ontwikkelruimte benutten: die verschuiving in mindset breekt een heel scala aan nieuwe onderwijsmogelijkheden open. Zo blijkt uit onderzoek van het lectoraat bijvoorbeeld dat kinderen niet alleen dat wat ze binnen leren buiten toepassen en oefenen, maar dat ze buiten ook meer en complexere taal gebruiken, en vaker spreken over natuur- en wiskundige concepten. Ook ontwikkelen zij buiten hun motorische en cognitieve vaardigheden, werkt het groen stressverminderend, verbetert het het geheugen en de mentale flexibiliteit, en werkt de natuur aandachtherstellend. Onderzoek van het lectoraat naar groene schoonpleinen in het bijzonder toont aan dat kinderen gevarieerder en actiever spelen, en zich na het spelen beter kunnen concentreren, op een plein met natuurlijke elementen als zand, speelwater, schooltuinen en dieren, vergeleken met een stenen plein.

Toch spelen kinderen momenteel steeds minder buiten , krijgen lang niet alle kinderen het zijn in de natuur van huis uit mee, en ontstaat er een steeds groter wordende afstand tussen mensen en de buitenwereld, waardoor we ons minder onderdeel van de aarde voelen en er minder goed voor zorgen. Onderzoek toont aan dat mensen die meer verbinding met natuur ervaren, zich op een manier tevreden te voelen dat verder gaat dan zich ‘gewoon’ goed voelen, maar wat het gevoel geeft een betekenisvolle plaats in het leven in te nemen. Contact met de natuur in het algemeen wordt bovendien geassocieerd met een gelukkiger, gezonder, positiever, socialer en ontspannener leven. Het geven van onderwijs buiten vangt dus twee vliegen in één klap: de (toetsbare) vaardigheden van kinderen gaan vooruit, én ze ontwikkelen een levenslange verbinding met hun omgeving, die zal bijdragen aan een duurzamer en gelukkiger leven later.

Hierbij komt dat steeds meer scholen hun schoolplein gaan vergroenen, met als uitgangspunt dat het méér wordt dan alleen een mooie(re) speelplek. Groene schoolpleinen zijn essentiële educatieve ruimtes. Helemaal in stedelijke omgevingen, zo beaamt de directeur van de in-company leergang bij schoolbestuur Agora: “in de stad zijn er voor kinderen geen plekjes voor natuurbeleving, waar kinderen vrij kunnen scharrelen en rommelen, het is echt zoeken naar mogelijkheden om dicht bij huis natuur te beleven”.

Vaak blijkt echter dat weinig van de veelbelovende potentie van groene schoolpleinen wordt benut: het buiten lesgeven lijkt tot nu toe lastig te integreren. Leerkrachten ervaren regelmatig aarzelingen wat betreft het buiten lesgeven, bijvoorbeeld door de al hoge werkdruk, doordat ze zelf weinig buitenzijn of weinig van de natuur weten, of doordat ze nog geen voorbeelden van buitenlessen hebben gezien en dus behoefte hebben aan inspiratie en zelfvertrouwen. OnderwijsBuiten is er om deze aarzelende (aankomende) leerkrachten om te vormen tot buitenbekwame onderwijsprofessionals, zodat alle voordelen van buiten onderwijs echt benut kunnen worden. Hoe ervaren deelnemers deze overgang?

Ervaringen van (aankomende) leerkrachten

Het vraagt even omschakelen, een andere voorbereiding en een dosis lef, maar studenten en leerkrachten geven aan dat je gaandeweg steeds meer zult zien hoe leerlingen zich op natuurlijke, plezierige en ontdekkende wijze steeds verder ontplooien in de buitenruimte, waar er allerlei onverwachte leermomenten opduiken. “Het grootste inzicht dat ik uit de scholing meeneem, is dat je onderwijs buiten laagdrempelig moet zien. Omdat je het overal vindt. Kinderen zien al zo veel bij een wandeling door de wijk. Of het veranderen van de seizoenen”, vertelt een leerkracht van groep 3.

Langzaam ontwikkel je steeds meer rust en zelfvertrouwen: “ik heb leren loslaten en vertrouwen op de dingen die er al zijn en die uit de kinderen zelf komen. Buiten is er ruimte om zelf te ontdekken en de kinderen daarmee ook, dat hoort bij ze, zo leren ze, en daar kunnen we op vertrouwen”, illustreert een pabo student.

Als (aankomend) leerkracht heb je hiernaast je klassenmanagement specifiek voor binnen aangeleerd, maar ook hierin zul je snel handigheid ontwikkelen. Samen met de kinderen bouw je aan nieuwe routines. Het plen, waar zij eerst in alle vrijheid mochten spelen, is nu bedoeld als ‘leslokaal’. Dit vraagt van de klas dat er nieuwe afspraken gemaakt worden, zoals over het begin- en eindsignaal, het pakken en opbergen van spullen en het opstarten van je les. Van jou als leerkracht vraagt het ook even omschakelen, zoals een andere pabo student illustreert: “Normaal wil ik kinderen een richting op sturen, zoals bij een rekenles, dat ze die perfect volgen. Nu heb ik geleerd dat het oké is om ze zelf dingen te laten uitvogelen: misschien ontdekken ze wel een eigen rekenmanier? Hierdoor ben ik meer in mezelf als leerkracht gaan geloven”.

Die omschakeling, van denken in binnenonderwijs naar denken in buitenonderwijs, kan best lastig zijn: “voor mij is het buiten onderwijs zelf niet moeilijk om te doen, maar ik had het nodig om te leren hoe ik dat op zo’n manier kan vormgeven dat je het kan verantwoorden naar de wereld om je heen. Het moeilijke is om het in het onderwijssysteem in te passen, en uit te leggen waarom”, vertelt een kersverse leerkracht n.a.v. de OnderwijsBuiten minor. Voor deze dilemma’s en verantwoording is aandacht in de OnderwijsBuiten.

Gelukkig krijg je een hoop terug voor alle energie en het omdenken dat het buiten lesgeven van je vraagt. Niet alleen de kinderen, maar ook jij zelf bent meer buiten, wat frisse energie en ontspanning geeft. Ook is er veel meer ruimte voor creativiteit, omdat je de ‘binnenmethode’ mag loslaten, en geeft het een gevoel van vrijheid. Zoals een oud-student vertelt: “Van de minor OnderwijsBuiten herinner ik me het meest het buitenzijn, de vrijheid! Het buiten les krijgen en hoe leuk het was om even iets helemaal anders te doen dan in een lokaal op de hogeschool te zitten.”

Als laatste wordt er veel verbondenheid ervaren wanneer het gaat om de zorgen van jong en oud over de staat van het klimaat. “In deze minor ben je echt een community, en leer je van en met elkaar. Er heerst een gevoel van we gaan samen op in deze gezamenlijke opgave. En allen weten: het buitenzijn en buiten spelen is voor kinderen zo onlosmakelijk verbonden met wie zij zijn, als je dat niet integreert in je onderwijs, doe je kinderen tekort. En we leren samen, op ontdekkende en ‘struinende’ wijze, hoe we dat het beste vorm kunnen geven”, vertelt een docent-onderzoeker van het lectoraat Natuur & Ontwikkeling Kind. Een andere docent beaamt: “We kunnen niet meer om de klimaatzorg heen. Het is dus ook een beginsel van het onderwijs, om daarnaar te kijken. Niet vanuit paniek en zorgen, maar vanuit hoop en verantwoordelijkheid. Eigenlijk hebben we geen andere keus meer; dit hebben we te doen met elkaar. Het is fijn om daar als leerkrachten aan bij te dragen”.

Je eerste stappen in OnderwijsBuiten

Ook zin om te gaan oefenen met OnderwijsBuiten? De Buitenboosters van lectoraat Natuur & Ontwikkeling Kind helpen je op weg. Probeer bijvoorbeeld eens:

Enthousiast?

Wil je ook met OnderwijsBuiten aan de slag? Er zijn verschillende opties. De minor OnderwijsBuiten (Hogeschool Leiden) is beschikbaar voor alle Nederlandse of Vlaamse studenten aan lerarenopleidingen, in de zorg, welzijn of natuurbeheer. Als leerkracht werkzaam bij stichting Agora, kan je je via de stichting aanmelden voor een in-company leergang. Voor alle andere leerkrachten is er een open inschrijving voor de leergang aan de Hogeschool Leiden in samenwerking met Thomas More Hogeschool. Voorkennis over de natuur is in alle gevallen niet nodig.

Bronnen

  • Gregory N. Bratman et al. 2019. Nature and mental health: An ecosystem service perspective. Science Advances vol. 5 issue 7. .DOI:10.1126/sciadv.aax0903
  • Powers, Amy. 2004. An Evaluation of Four Place-Based Education Programs. The Journal of Environmental Education (35): 17-32. 10.3200/JOEE.35.4.17-32.
  • Prins, J., van der Wilt, F., van Santen, S., van der Veen, C., & Hovinga, D. (2022). The importance of play in natural environments for children’s language development: an explorative study in early childhood education. International Journal of Early Years Education, 31(2), 450–466. https://doi.org/10.1080/09669760.2022.2144147
  • Pritchard, A., Richardson, M., Sheffield, D. et al. The Relationship Between Nature Connectedness and Eudaimonic Well-Being: A Meta-analysis. J Happiness Stud 21, 1145–1167 (2020). https://doi.org/10.1007/s10902-019-00118-6
  • Van Dijk-Wesselius JE, van den Berg AE, Maas J and Hovinga D (2020) Green Schoolyards as Outdoor Learning Environments: Barriers and Solutions as Experienced by Primary School Teachers. Front. Psychol. 10:2919. doi: 10.3389/fpsyg.2019.02919
  • Van Dijk-Wesselius, J.E. & Maas, J. (2019). Wat betekent het vergroenen van een schoolplein voor leerlingen? Digitaal factsheet. Leiden: Hogeschool Leiden.
  • Weir, Kirsten. 2020. “Nurtured by nature”. American Psychological Association (51) 3.

Laatste nieuws