21st century skills in systemisch perspectief
21st century skills in systemisch perspectief

De visie op Leren voor Duurzame ontwikkeling op de Hogeschool Arnhem en Nijmegen is:
Rekening houden met de wereld als samenhangend geheel, is van marginaal, mainstream aan het worden. Jezelf deel weten van dat (inter-)netwerk is voor zowel burger als multinational meer en meer realiteit. De pabo van de 21e eeuw heeft daarbij een heldere taak, om studenten zich te laten ontwikkelen tot verantwoordelijke wereldburgers!

Het draait er daarbij om, bij te dragen aan de transitie van:
• BNProduct (geld, hebzucht, macht) naar BNGeluk (welbevinden, welzijn),
• Ego (enkel ik) naar Eco (iedereen telt) en van
• Sociaal (de overheid zorgt) naar co-creatief (wij zorgen voor elkaar) (Jones, 2009).
Het kind in het basisonderwijs is ontvankelijk voor verbondenheid, verantwoordelijkheid en respect. Onze pedagogische opdracht hoort geleid te worden door die waarden. Doel is onze studenten, hun kinderen in de klas en onszelf toe te rusten voor een gelukkig leven, waarbij iedereen zijn talenten ten volle kan ontplooien en inzetten, zonder iets of iemand in het grotere geheel, nu of op termijn, te kort te doen.

Op onze pabo wordt leren voor duurzame ontwikkeling ingebed in de volgend vakken en / of projecten:
In de huidige curricula op beide locaties van de HAN Pabo zijn onderstaande aspecten van duurzaamheid op allerlei punten ingevlochten. Ze zijn hieronder op een rijtje gezet. Benaderingen in algemene zin, waarvan wij denken dat ze meer aandacht verdienen zijn: zelfsturing, talentontwikkeling, internationalisering, waarden gedrevenheid en een concentrische aanpak. Hieraan samen met studenten, het werkveld en maatschappelijke partners verder vorm geven is wenselijk. In het schooljaar 2013-2014 is het curriculum van het afstudeerjaar samengevoegd tot een leerplan voor beide locaties. Voor 2014-2015 gebeurt dit voor de propedeuse en de volgende jaren voor de 2 jaren daarna.

HAN Pabo – locatie Arnhem
• In het eerste jaar komt bij Pedagogiek de Japanse Levensles aan de orde, waarbij de sociaal emotionele ontwikkeling van kinderen centraal staat. ‘Als er één kind in een klas ongelukkig is, kan de rest ook niet gelukkig zijn’. Ook wordt in het eerste jaar gewerkt met het schrijven van een eigen narratief en een narratief over een kind (onder- en bovenbouw). De student verdiept zich in de narratieve psychologie en in de ecologische pedagogiek.
• Bij ProbleemGestuurdOnderwijs in het tweede jaar staan 2 casussen in het teken van duurzaam onderwijs.
• Wereldburgerschap (sem. 3 kernfase): Gedrag (Peda), Duurzaamheid (OJW), Intercultureel (Peda), Mondialisering (OJW), Gezond gedrag (OJW),
• Veldstudieweek Texel (sem. 3 kernfase): duurzaam leren in de echte wereld, inclusief duurzame catering;
• PGO (sem. 3 kernfase): casussen rondom actief burgerschap, de brede pedagogische taak richting duurzame leerprocessen;
• Cultuurdialogenmarkt (Bevo) (sem. 3 kernfase):
• Studenten schrijven een stuk in hun PWC (Persoonlijk WerkConcept) over (wereld-)burgerschap en hun eigen (stage-)school bij de Simulatietoets (sem. 3 kernfase).
• In het vierde leerjaar runnen studenten een week lang een denkbeeldige basisschool (de ‘Simulatieschool’), waarin ook duurzaamheid een van de interventies is, die de school binnen komen en studenten moeten tackelen.
• Tenslotte vindt er onderzoek plaats rondom systemisch werken en daaruit voortvloeiend duurzaam leren. De resultaten daarvan worden langzaamaan ingevlochten in onderdelen als SLB en stagebegeleiding.

HAN Pabo – locatie Nijmegen
• In het curriculum van de locatie Nijmegen vinden we duurzaamheid terug in verschillende beroepstaken:
1.1 A en 1.7 Leraar worden. De studenten schrijven hun onderwijsverhaal waarbij ze hun persoonlijke levensverhaal verbinden met het vak. Dit is het startpunt van de bewustwording van het persoonlijk werk concept.
Introductie in internationalisering en mogelijke deelname aan studiereis naar Straatsburg, Europese Unie
1.2 Expressie en communicatie. Het samen vieren houdt verbinding in.
1.3 Kennismaken met kinderen. Studenten maken kennis en gaan aan de slag met het model adaptief en de drie basisbehoeftes.
1.6 Kinderen onderzoekend laten leren. Een onderzoekende houding is een basis voor duurzame ontwikkeling. Daarnaast leren in de natuur (veldstudie)
2.0 Gedurende het tweede jaar worden er diverse impulsen gegeven om studenten te laten nadenken over het persoonlijk werk concept. Het kijken naar de Japanse levensles, incidentmethode tijdens studieloopbaan-bijeenkomsten, reflectie aan de hand van ui-model van Korthagen zijn hier concrete voorbeelden van
2.3 Beschouwen, geloven en vieren. Studenten zijn bezig om een diepere verbondenheid te creëren met zichzelf en leerlingen en verwoorden dit in en visieverslag.
2.5 Leren door samen hardop te denken. Studenten leren hoe ze, door in gesprek te gaan, elkaar en de wereld om ons heen beter kunnen begrijpen.
2.9 Wereldwijs bewegen. Brede oriëntatie op vraagstukken van duurzame ontwikkeling vormt een wezenlijk onderdeel van de vorming tot wereldburger. (Zant, 2013) Studenten worden ondergedompeld in het thema kinderrechten gedurende een week .
2.10 Professional zijn in een groter geheel. Studenten oefenen hoe je op een duurzame manier kunt samenwerken met collega’s en ouders.

In de minoren zijn vele verbindingen te vinden met duurzame ontwikkeling en dit geldt voor beide locaties. Veel studenten kiezen voor de minor Internationalisering in breder perspectief. Vanuit duurzaamheid worden deze keuzes van harte ondersteund, omdat zij naadloos passen bij leren voor een duurzame wereld. Voor de details zij verwezen naar het beleidsplan internationalisering (Nusselder, A., e.a., 2013). In de afstudeerfase hangt het af van de stageschool en de inhoud van het afstudeerplan op welke manier studenten een plek (kunnen) geven aan duurzame ontwikkeling. Hierbij werken ze verder aan wat ze in eerdere jaren hebben geleerd en ervaren.
Het Persoonlijk Werkconcept, dat een wezenlijk onderdeel is van het afstuderen, is een document bij uitstek om een eigen visie op duurzame ontwikkeling te geven.

De toegevoegde waarde en opbrengst van leren voor duurzame ontwikkeling is voor onze pabo:
De HAN is toonaangevend op het thema duurzame ontwikkeling. Als één van de eerste hogescholen heeft de HAN op strategisch, bestuurlijk en operationeel niveau vorm en inhoud gegeven aan duurzame ontwikkeling. In de periode 2009-2013 is het HAN programma “Duurzame ontwikkeling” uitgevoerd. Hiervoor is uit eigen middelen tien miljoen euro vrijgemaakt. Hieruit zijn tientallen projecten gefinancierd waardoor onderwijs, onderzoek en de eigen bedrijfsvoering een stevige en niet meer weg te denken duurzaamheidimpuls hebben gekregen.

Duurzame ontwikkeling is om drie redenen ook voor het Duurzaamheidsteam van de HAN Pabo een onontkoombaar gegeven.
1. Wij leiden nu de professionals op die tot zeker halverwege de 21e eeuw op hun beurt kinderen voorbereiden op hun rol in de samenleving. De impact van hun laatste klas werkt door tot begin 22e eeuw. We weten niet hoe onze samenleving er dan uit zal zien, maar wel dat de ideeën en aanpakken van de 20e eeuw niet zullen werken om nieuwe oplossingen mogelijk te maken. Om met Einstein te spreken: “You can’t solve a problem on the same level that it was created”.
2. We kunnen uiteindelijk niet een beetje duurzaam zijn! We kunnen minder grondstoffen en minder fossiele energiebronnen opmaken en minder natuur aantasten, maar uiteindelijk (al is het na 1000 generaties) zijn al deze bronnen eindig. We weten dat ook op deze manier de olie opraakt. Datzelfde geldt in onze huidige manier van werken en produceren voor andere grondstoffen. We zitten dus met de huidige context in een eindig paradigma. Met de juiste keuzes is er echter overvloed: energie, voedsel, grondstoffen … “Er is genoeg voor ieders behoefte, maar niet voor ieders hebzucht” (Ghandi). Om duurzaamheid vanuit dit perspectief te realiseren zullen we om moeten leren gaan met onze neiging tot (te veel) materie verwerven. Kort samengevat zou het antwoord kunnen luiden: “Nie ist zu wenig was genügt” (Seneca).
3. Ieder mens heeft recht op de omstandigheden die een gelukkig leven mogelijk maken. Vrij naar Kanamori (2012), zou dit planetair denkend vertaald kunnen worden als, ‘wanneer er één land of volk ter wereld ongelukkig is, kan geen van de andere naties zich wel gelukkig voelen’. In een gedigitaliseerde wereld waar men in elk vluchtelingenkamp, sloppenwijk of eiland, op de hoogte is van alles wat er waar ook ter wereld gebeurt, inclusief waar zich alle materie en geld ophoopt, kan de conclusie zonder handhaafbare grenzen geen andere zijn dan deze: onze wereld is een dorp en daar hebben we ons naar te gedragen! Een Afrikaans gezegde luidt: “it takes a village to raise a child”. Met empathie, passie en verantwoordelijkheid daarnaar handelen en opvoeden is onze taak, met als doel ieder kind het beste uit zichzelf te laten halen en zo met glans zichzelf te laten worden (Gunning, 2010). Die veilige omgeving om gelukkig op te groeien en te volgroeien is het ultieme en onvervreemdbare recht van ieder mens(-en-kind).

Aandacht voor duurzaamheid herken je op onze pabo aan:
Het feit dat de locatie Arnhem sinds 2004, 2 duurzaamheid AIshe-sterren heeft. Ook aan het gegeven dat de locatie Nijmegen in het momenteel (2014) duurzaamste onderwijsgebouw (I/O) van Nederland gehuisvest is.

Een goede tip voor andere pabo’s is:
Het is een kwestie van zeer lange adem en vriendelijk doch beslist volhouden om het onderwerp onder de aandacht te brengen. Verbindingen maken met diverse stakeholders vooral ook uit het PO (besturen van scholen, maatschappelijke organisaties) doet er absoluut toe. Het insluiten van
studenten is belangrijk en uiteraard de zorg dat het management overtuigd is van het belang van dit onderwerp.

Wensen voor duurzaam onderwijs zijn:
Onze wens en inzet zou zijn, dat alle pabo’s minimaal 3 AISHE-sterren in hun vaandel voeren. Ook het delen van kennis is zeer wenselijk, aangezien het steeds opnieuw uitvinden van duurzame wielen niet echt efficiënt is. Duurzame Pabo als netwerk. Onder meer via deze website, kan daar een voortrekkersrol in vervullen. Nationaal, maar ook internationaal valt er allerlei uit te wisselen waar we ons grote voordeel mee kunnen doen. Deze mondiale connectie past natuurlijk ook nog eens perfect bij het onderwerp!